Home » PSALMEN BIDDEN » Psalm 119, IV-V-VI

Psalm 119, IV-V-VI

IV(Daleth)
 
25.  Mijn geest is geheel in het stof geworpen,
           laat mij weer leven volgens uw woord.
26.  Mijn wegen kent Gij, Ge hoort mijn gebeden;
            leer mij wat Gij hebt beschikt.-
27.  Leid mij op de weg van uw bevelen,
            dan zal ik uw daden indachtig zijn.
28.  Mijn geest stort tranen van droefheid;
            richt mij weer op naar uw woord.-
29.  Gedoog niet dat ik een dwaalweg insla.
            maar geef mij uw wet als gids.
30.  Ik heb de weg van trouw gekozen
            ik houd mij aan wat Gij bepaalt.-
31.  Wat Gij verordent houd ik in eren;
            Heer, stel mij toch niet teleur;
32.  Steeds zal ik de weg gaan van uw geboden,
           omdat Gij mijn hart verruimt.
 
V(He)
33.  Toon mij de weg, Heer, die Gij beschikt hebt,
           dan wijk ik daar nooit van af.
34.  Geef mij begrip om uw wet na te leven,
           om haar te volgen met heel mijn hart.-
35.  Leid mij langs de paden van uw geboden,
          daar vind ik mijn vreugde in.
36.  Mijn hart zij gericht op wat Gij verordent
           en niet op ijdel gewin.-
37.  Weerhoud mijn oog van nietswaardige zaken,
           maar laat mij leven volgens Uw weg.
38. Vervul de belofte uw dienaar gegeven,
           wat Gij uw vereerders hebt toegezegd.-
39. Neem van mij weg de dreigende schande,  
           want heilzaam is alles wat Gij bepaalt.
40. Zie, ik verlang Uw bevelen te volgen;
          laat mij dan leven, rechtvaardige God.
 
VI(Vau)
 
41. Laat mij nu, Heer, Uw erbarming ontvangen,
           Uw heil, zoals Gij hebt beloofd.
42. Dan zal ik te woord kunnen staan die mij honen,
          omdat ik vertrouw op Uw woord.-
43. Ontneem aan mijn mond niet het woord der waarheid,
           op wat Gij bepaald hebt stel ik mijn hoop.
44. Uw wet zal ik altijd trouw onderhouden,
          te allen tijde, in eeuwigheid.-
45. Dan zal ik voortgaan langs brede wegen,           
          want ik verlang slechts wat Gij beveelt.
46. Ik zal verkondigen wat Gij verordent;
           voor vorsten voel ik mij niet beschaamd.-
47. Ik vind mijn genoegen in uw geboden,
           ik heb ze van harte lief.
48. Naar uw geboden strek ik mijn handen
         en nooit vergeet ik wat Gij hebt beschikt.
 

Psalm 119, VII-VIII-IX