De ‘luisterrijke loop’ van het Woord (2 Thess. 3,1)

 

In het vorige hoofdstuk werd de kringloop van het Woord beschreven, zoals zij zich tussen God en

het luisterende hart van de mens voltrekt. De bijzonder plaats van de psalm in deze ‘luisterrijke loop’

is onmiddellijk duidelijk. De psalm ontstaat immers op het eigen ogenblik waarop het hart van de

luisterende gelovige die het Woord van God in zich opnam, dit Woord opnieuw uitspreekt onder de

vorm van gebed. Dit proces speelt zich niet af op het niveau van het verstand, maar op het veel

diepere niveau van het hart, daar waar we met de kern van onze persoonlijkheid God kunnen

beluisteren en benaderen.

‘In het hart’ wordt het Woord beluisterd, opgenomen en eigen gemaakt. Daar ook zal het tot psalm

en tot gebed geboren worden. Van het Woord, dat uitgebeden wordt in het hart van de mens, komt

de psalm voort. Het psalmwoord is een Woord van God dat oorspronkelijk reeds door Gods Geest

geladen was en zo naar de mens uitgestuurd werd. Door de geest van de mens wordt het beluisterd,

opgenomen om in dialoog van geest tot Geest door een nieuwe geloofservaring aangevuld en verrijkt

te worden. Zo kan het opnieuw door het mensenhart voor God vertolkt worden en ten slotte in

lofzang en dankzegging tot God terugkomen. De psalm is zodoende meer dan ooit Woord van God

en woord van de mens, overvloed van het Woord en overvloed van het hart : een oord van liefde

waar de Geest van God en de geest van de mens het dichtst bij elkaar komen. Raakpunt tussen de

twee is het innerlijke gebed, de wederzijdse dialoog tussen God en de mens, de stille liturgie die

zonder ophouden in ieder mensenhart gevierd wordt. De normale en voornaamste formulering van

deze innerlijke liturgie vinden we in de psalmen.

In het Oude Testament zijn uit dit proces de psalmen geboren. Het heeft zijn voltooiing gevonden in

Jezus Christus, mensgeworden Woord van God, de hoeksteen van de twee testamenten en van de

Bijbel. Van de psalmen heeft Jezus zijn eigen gebed gemaakt. In zijn dood en verrijzenis, straks in zijn

terugkeer, bereiken de psalmen hun diepste betekenis. Tot aan Jezus waren ze alleen resumé van het

Oude Testament. In Jezus zijn ze van water tot wijn geworden, van de letter tot de geest overgegaan.

Sinds Hem bezingen ze ook de blijde boodschap vanaf het evangelie tot aan de Apocalyps. De

verrezen Heer is voor altijd de enige psalmist, zonder ophouden levend en biddend hierboven voor

het aanschijn van zijn Vader, hier beneden in elke liturgie die Zijn Kerk viert. In de Heer Jezus is het

woord van de mens steeds Woord van God. Wat Hij verkondigt valt samen met wat Hij zingt ; wat Hij

verricht, met wat Hij bidt. Hij is zelf bij uitstek het levende Woord, en daarom ook juist de nooit

aflatende, de nooit uitgebeden psalm.

Alle menselijke gevoelens die in de psalm naar boven komen hebben dan in Jezus reeds hun

voltooiing gevonden. Droefheid gaat nooit meer zonder vreugde, zonde en berouw hebben reeds

vergiffenis gevonden, wanhoop is de eerste stap tot vertrouwen, haat is de averechtse kant van een grote liefde, eros duidt op de onweerstaanbaarheid van agapè, dood verkondigt reeds leven. Dit wil niet zeggen dat de diep-menselijke kant van die gevoelens weggeduwd of genegeerd wordt. Integendeel. Ze worden dieper en echter. De Geest maakt ze los uit de chaos van de letter en van het vlees. In Jezus hebben ze de diepste wortel van hun dynamisme teruggevonden omdat ze gaan samenvallen met het Woord van God dat hun eigen scheppingswoord is. Zij spreken nog uitsluitend van de komst van het Rijk Gods en van de wondere kracht en de tekenen die ermee gepaard gaan.

De Geest waarmee Jezus de psalmen bad en opnieuw creëerde, wordt op elke gedoopte uitgestort.

In diezelfde Geest kan hij nu, zoals Jezus, zich de psalm eigen maken en hem opnieuw bidden. Haar

aloude woorden zullen ook voor hem levend worden en zich aan hem voltrekken. Het Woord krijgt

steeds weer nieuwe dimensies. Het wordt aan alle kanten in de geest uitgediept. Alle tonen en

ondertonen van dit Woord gaan zodoende aan het zinderen. Daarom is het noodgedwongen een

dichterlijk woord, alhoewel de uiteindelijke afmetingen van het Woord de mogelijkheden van alle

geschapen poëzie ver te boven gaan. Want het wordt niet alleen afgemeten aan het pneuma, aan de

levensadem van een kleine beperkte mens, maar aan het Pneuma van God zelf die overal de

heilsgeschiedenis tot haar voleinding brengt.

Daarom kan de psalm nooit meer naar de letter gelezen en nog veel minder gebeden worden. Want

een psalmgebed naar de letter zou in de meest strikte zin van het woord een contradictio in terminis

zijn. Een psalm kan immers slechts psalm zijn - en geen document dat tot de archeologie behoort – in de mate dat hij leeft, dit is in de mate dat hij door de Geest in ons hart opnieuw voorgebeden wordt.

 

 



 

Maak een Gratis Website met JouwWeb